
Respect en schoonheid
Mijn baas wist vaak niet wat hij wilde. Ik hoorde hem af en toe
mijmeren over jong, mooi, blond en lange benen. Toch mocht ik blijven
immers: “ Ik ben mooi, diep van kleur en heb de hakken dicht bij mijn
tenen.”
Zo troostte ik mijzelf als ik mij weer eens liet bewonderen door
mijn baas. Het was mijn manier van paaldansen, een show die ik opvoerde
om hem te behagen maar eigenlijk om er zeker van te zijn dat het mij
niet zou vergaan als mijn hokmaatjes. Immers, voor en na moesten die met
vreemde mannen mee die er mee wilden fokken.
Ja, ik geef toe, ik ben wat aan de kleine kant maar ik stam van een hele
goede familie. Ik heb immers nog Wenmakers bloed. Maar broeden doe ik op
mijn manier. Twee van die dikke eieren onder mijn buik dat is mij te
veel. Ik doe dat om en om. Tja dat er een wat koud wordt…Dat
irriteerde mijn baas echter, dat kon ik wel merken.
Tegen het einde van de zomer verkocht hij mijn partner. Daar had hij ook
al weer iets op aan te merken. Ik kreeg het gevoel dat mijn tijd ook
bijna was aangebroken maar…zie daar, ik kreeg een nieuwe man. Een hele
grote met maar zes witte pennen en een beetje stulpvleugels.
Dan vraag je je toch af: Hoe haalt hij het in zijn hoofd! En onze
eieren ? Die besteedde hij uit. Daar gebruikte hij de ‘broedkoelies’
voor, postduiven in rood en zwart. Die namen ons werk over.
Ja, zo leer je wel zelf broeden! Zo hou je de Hollandse kropper
als een zelfstandig ras in stand. Straks weten we met zijn allen niet
meer hoe we zelf onze jongen moeten groot brengen, zijn we net als die
kortsnavelaars afhankelijk van een ander ras. Ik moet er niet aan denken
en volgens mij is de Hollandse -Kropper -Club er juist voor om dat te
voorkomen!
Mijn baas had het ook altijd over hokhygiëne. Ik geef toe,
elke dag schoon water in een andere droge bak en regelmatig
schoongemaakte zitjes en broedhokken.
Maar, beukensnippers op de grond! Verwisselen, verversen?? Om de twee of
drie jaar! Noem dat maar schoon. En dan onder die zitjes, daar lagen
planken met gaas erover. Onder dat gaas uitwerpselen, veren, per ongeluk
gelegde eieren….Dat liet hij gewoon liggen. Zo eens in de zes weken
ruimde hij dat op. Noem dat maar ‘schoon’.
Maar, hij had een excuus bedacht. Hij had het altijd over hokhygiëne en
over de zogenaamde ‘droge mestmethode’. Dat schijnt iets te zijn
waarmee uit de uitwerpselen vitaminen gemaakt worden . Hij denkt dat wij
juist díe vitaminen nodig hebben. Ik probeer me voor te stellen hoe hij
er zelf bij ligt……
Ik moet zeggen, zo lang ik weet, waren er geen zieken in het hok
en dit jaar waren er van 5 fokparen 19 jongen. Toch niet verkeerd.
Zoals het velen voor mij verging, zo verging het na het broedseizoen ook
mij. Op een mooie warme zondagmorgen verscheen er een echtpaar dat al
eens eerder duiven had meegenomen.
Hun duivin was doodgegaan en ja hoor, ik was de uitverkorene. Ik moest
mee met die mensen .
Ik werd geplaatst bij een al wat oudere doffer die gelijk op mij begon
in te hakken. Geen enkel respect voor al mijn schoonheid, voor al mijn
showtalent, voor al mijn keuringsresultaten. Hij doet me wat denken aan
die eerste baas, niet mooi, niet blond, geen lange benen, gewoon een
oude man…….
^
naar boven ^
