Duiventorens en Duiventillen
_________________________________________________________________________________________________
_________________________________________________________________________________________________

In de Middeleeuwen was het houden van duiven voorbehouden aan de adel en de geestelijkheid. In kerken en andere gebouwen werd tijdens de bouw bewust nestgelegenheid in allerlei vormen aangebracht of later toegevoegd. Zo bevindt zich in de kerktoren van Houten uit 1535 een duivenzolder met 370 gemetselde nesthokjes in de binnenzijde van de muur, keurig in reeksen geordend. De opbrengst van de duiven en de duivenmest was vaak bestemd voor het levens-onderhoud van de koster. De adel bouwde duiventorens en -tillen om duiven te fokken voor consumptie. Het bezit van een duifhuis, duiventoren en duiventil was een van de heerlijke rechten die aan een kasteel of landgoed verbonden waren. Ons land kent nog diverse soorten duiventorens en -tillen uit die tijd. De oudste dateert uit 1539 en staat bij de buitenplaats Te Werve in Rijswijk. Onder invloed van de Franse Revolutie werden de heerlijke rechten in 1798 afgeschaft. Duiven mochten nog
wel gehouden worden, maar nieuwe duiventillen en -torens mochten niet meer worden geplaatst.
Het houden van duiven is al zeer oud. Het was in het verleden onder meer een economische activiteit, voornamelijk ten behoeve van de consumptie, met alle zorg en aandacht van dien. Aangezien duiven graag naar hun hok terugvliegen, waren zij ook zeer geschikt voor het overbrengen van berichten. De duif was onder meer het symbool van de Mesopotamische moedergodin Isjtar en van Semiramis, de legendarische stichtster van Babylonië en koningin van Assyrië, die een god- delijke status kreeg. In de Oudheid waren de Perzen, de Grieken, de Romeinse keizers en de Egyptenaren allemaal hartstochtelijke duivenliefhebbers. Ze hielden er fokkerijen op na met duizenden vogels, vaak voor consumptie.
Vooral in de twintigste eeuw wordt het houden van duiven een liefhebberij voor de gewone man: de duivensport doet zijn intrede. Er worden verenigingen opgericht en wedstrijden voor postduiven georganiseerd. Tot de duivensport behoort ook het fokken van sierduiven voor tentoonstellingen. Tegenwoordig zijn er in Nederland tienduizenden mensen die deze sport beoefenen. Het aantal duivenhouders is van 56.000 in 1985 teruggelopen tot 29.200 in 2005, maar het aantal duiven dat zij houden is gelijk gebleven op ruim 3 miljoen.
Vragen over deze pagina? Neem contact op met de NBS