Anouk Schurink, onderzoeker en projectleider van het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) van Wageningen University & Research wilde graag een toelichting geven op het project dat als doel heeft Nederlandse sierduivenrassen veilig te stellen in de genenbank.ij deed dat op zaterdag 20 januari op de kleindierenshow te Boskoop, de N.B.S.  hield ook haar Bondsshow daar.

Anouk Schurink

Waarom willen we dierlijke genetische bronnen, zoals de Nederlandse sierduivenrassen, conserveren?

Het is een verzekering voor de toekomst! Je weet immers nooit hoe die er uit gaat zien. De omgeving is onderhevig aan verandering, waarop je wilt kunnen blijven inspelen. Daarnaast kan de vraag vanuit de markt veranderen (bijv. melk met een andere samenstelling). En rampen zoals dierziektes kunnen een grote impact hebben. Met het conserveren van genetische bronnen, vooral van landbouwhuisdieren, kunnen we dus de flexibiliteit van onze voedselvoorziening veilig stellen.

Daarnaast zijn (landbouw)huisdieren van Nederlandse afkomst natuurlijk een waardevol onderdeel van ons cultureel erfgoed!

Hoe conserveren en gebruiken we dierlijke genetische bronnen?
Het CGN draagt bij aan het conserveren en gebruiken van dierlijke genetische bronnen door het samenstellen en beheer van de genenbank waarin voornamelijk sperma is opgeslagen van een diversiteit aan (landbouw)huisdieren.  Daarnaast geeft het CGN advies aan rasverenigingen over genetisch management en fokkerij van hun zeldzame rassen. Andere taken van het CGN zijn beleidsadvisering (op nationaal en internationaal niveau)  en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.

  1. Hoe gaan we de genenbank collectie voor Nederlandse sierduivenrassen samenstellen?
    Onderwerpen die van belang zijn om deze vraag te kunnen beantwoorden, zijn:
    het invriezen van doffer sperma. Sperma dient na invriezen van voldoende kwaliteit te zijn om zo een bevruchting mogelijk te maken. Een protocol zal moeten worden ontwikkeld om het sperma van doffers op een goede manier in te vriezen. Dit zal via een pilot studie worden getest en ontwikkeld.
  2. Welke Nederlandse sierduivenrassen? Een prachtige diversiteit aan rassen is aanwezig, maar te veel om in één keer op een goede manier veilig te stellen in de genenbank. In overleg met de NBS en rasverenigingen zal bepaald worden welke rassen als eerste zullen worden veiliggesteld. Het aantal nog levende duiven van een ras (risicostatus), onderlinge relaties tussen en zuiverheid van de rassen, alsmede de invriesbaarheid van het sperma zijn criteria voor het maken van keuzes.
  3. Uiteindelijk de praktische uitvoering. Gekeken zal worden hoe het verzamelen van voldoende sperma van goede kwaliteit op een efficiënte manier uitgevoerd kan worden.

Wij willen dan ook Anouk hartelijk danken voor haar uiteenzetting voor een belangstellende groep duivenhouders. Vele vragen werden door Anouk beantwoord. Ook ontstonden er discussies.

PR  N.B.S.