De winnaar

Het is bij ons aan het einde van een tentoonstelling de gewoonte om een winnaar van de show aan te wijzen. In veel ons omringende landen is dat overigens niet het geval. Daar kent men slechts winnaars per ras.

Heel dikwijls is er discussie over de rechtvaardigheid van die beslissing. Het zijn steeds dezelfde rassen, rasgroepen of zelfs fokkers die winnen, zijn veelgehoorde argumenten. Niemand, ook geen lid van een hoofdereprijzenjury is geheel onbevooroordeeld is een ander veelgehoord argument.

Deze gevoelens, hoe terecht of onterecht ook, waren twee jaar geleden voor de Algemene Ledenvergadering van de NBS de aanleiding om de procedure voor de HEP aan te passen door de wijze waarop de winnaars van de show werden bepaald, geheel vrij te laten. Sommige tentoonstellingen lieten het bij het oude, sommige shows lieten de HEP-juryleden hun voorkeur voor de winnaars individueel op een formuliertje inleveren door het toekennen van punten of een volgorde. Sommige shows lieten alle A-keurmeesters op een of andere wijze hun voorkeur voor de winnaar kenbaar maken en anderen besloten om de winnaar door loting onder de beste dieren van alle keurmeesters aan te wijzen.

Voor alle systemen zijn enthousiaste voorstanders en bloedfanatieke tegenstanders te vinden. Er zijn weinig besluiten die door de ALV van de NBS zijn genomen die meer stof hebben doen opwaaien.

Het merkwaardige is echter dat er nog net zoveel kritiek op de winnaars van shows is als vroeger. Welk systeem er ook gehanteerd wordt, in de ogen van critici wordt nog steeds soms het verkeerde dier als winnaar gekozen. In dat licht bezien heeft het vrijgeven van de HEP-procedure geen verbetering opgeleverd.

We kunnen ons echter ook afvragen of we ons als criticus van een beslissing voldoende realiseren dat we te maken hebben met een jurysport die gebaseerd is op menselijke waarneming en persoonlijke waardering van raskenmerken. Daarbij worden af en toe ontegenzeglijk fouten gemaakt en we moeten met elkaar zoeken naar manieren om die te voorkomen. Het verplicht ondertekenen van het hoogste predicaat van 97 door een erkende rasspecialist kan in een aantal gevallen, maar lang niet altijd, misschien een verbetering betekenen. Zo zijn er ongetwijfeld meerdere “sloten op de deur” te bedenken en dat moeten we ook doen.

Maar, uitgaande van de integriteit, de inzet en voldoende kennis van de keurmeesters, is de belangrijkste vraag eigenlijk niet of we de keuze voor de winnaar niet gewoon moeten accepteren?  De eigen “winnaar” is immers ook vaak op een persoonlijke voorkeur ingegeven.

Thom Laming