Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waar tentoonstellingen dit seizoen vanwege de uitbraken van vogelgriep en de daarmee gepaard gaande vervoersverboden geconfronteerd worden heeft het NBS-bestuur het volgende besloten:
Tentoonstellingen die te maken krijgen met absente dieren die niet mogen worden ingebracht omdat de inzender op het moment van inkooien in een gebied met een vervoersverbod woont, mogen dit tentoonstellingsseizoen alle per daadwerkelijk ingezette keurmeester NBS-prijzen toekennen waarop de show na het sluiten van de inschrijvingen en het toekennen van de keurmeesters recht zou hebben gehad (dit geldt dus zowel voor de ere-certificaten als voor de geldprijzen).
Voorwaarden:
- De dieren moeten zijn ingeschreven voordat een vervoersverbod van kracht werd of in de wetenschap dat het vervoersverbod op het moment van inkooien voorbij zou zijn (de 30 dagen regel)
- Het vervoersverbod voor de betreffende inzender is ingesteld na sluiting van de inschrijving; voordat de inschrijving gesloten is kunnen de dieren immers teruggetrokken worden.
- De dieren moeten na de definitieve sluiting door de tentoonstellingsorganisatie zijn verwerkt, genummerd en per keurmeester zijn ingedeeld.
Twee voorbeelden:
- Als bijv. een keurmeester 78 dieren krijgt te keuren en er mogen 30 dieren niet komen wegens vervoersverbod, dan blijven er 48 over.
In dit geval mag de keurmeester beide NBS ere-certificaten toekennen en de 3 R-prijzen.
- Als bijv. twee keurmeesters weinig dieren kunnen keuren en één van hen wordt afgezegd en de andere keurmeester heeft daardoor een keuring van bijv. 72 dieren, dan mag hij 2 NBS ere-certificaten toekennen en 3 R-prijzen. In dit geval dus geen 3 of 4 ere-certificaten.
Het NBS-bestuur hoopt hiermee zowel de showorganisaties als de inzenders enige zekerheid te bieden voor op een zo succesvol mogelijke show.